Missionair gemeente-zijn: een pleonasme

In mijn onbezonnenheid en idealisme deed ik vorige week na een overleg waarin we spraken over onze gemeente een uitspraak die zomaar opeens boven kwam. Of dit het werk is van de Geest, durf ik niet te zeggen, maar hij is blijven hangen. Omdat hij me aan het denken zet, leek het me aardig om mijn gedachten erover eens op het digitale papier te zetten en het de wijde webwereld in te sturen, hunkerend naar gehoor en reactie.

Missionair gemeente zijn is een dubbelzegging, dat was de uitspraak die ik deed. Het floepte er zomaar uit, zonder dat ik gehinderd werd door nuance of kennis van zaken. Dat laatste werd bevestigd door één van de eerste reacties, namelijk: “dat hangt van je definitie af”. De definitie van missionair, werd daarmee bedoeld. Waarop ik doorging: “en van je definitie van gemeente-zijn”. Hierbij dus maar eens een eerste poging tot een definitie van die twee begrippen, vanuit de volgende uitspraak:

“Missionair gemeente-zijn is een pleonasme”

 

Ik gebruik nu overigens heel graag het woord pleonasme. Ik vond dat één van de mooiste woorden (naast tautologie) die ik heb opgestoken van mijn middelbare schooltijd. De prachtigste pleonasmes werden verzonnen na een les Nederlands waarvan met stip is blijven hangen: ‘lekker bier’.

 

Missionair

Voor de definities van beide begrippen ga ik graag te raden bij de experts. Bijvoorbeeld bij Stefan Paas. In het boek De werkers van het laatste uur beschrijft hij de definitie van evangelisatie vanuit een boek van William Abraham. Deze komt tot de volgende definitie: evangelisatie is een hoeveelheid bewuste activiteiten die worden gestuurd door het doel van het inwijden van mensen in het Koninkrijk van God.  Wat mij betreft is dit een definitie die prima past bij missionair zijn. Paas noemt in zijn commentaar op de definitie ook meteen dat het niet blijft bij het uitvoeren van activiteiten, maar dat het vooral de vraag is hoe de gemeente in al geledingen is gestempeld door Gods zaak, kortom niet dat er activiteiten zijn, maar hoe de gemeente de activiteiten doet is bepalend voor missionair gemeentezijn. Daar wil ik graag bij aansluiten. Het missionaire aspect van een gemeente ligt niet alleen in activiteiten die er op gericht zijn om anderen in te wijden in het Koninkrijk van God, maar heeft ook alles te maken met de houding van de gemeente. De intentie van de gemeente om anderen in te wijden in het Koninkrijk moet niet alleen maar zichtbaar zijn in missionaire activiteiten, maar in alles waar de gemeente mee bezig is. Missionair zijn is een levenshouding.

Een andere expert die ik graag aan het woord laat is Wim Verboom, die een definitie geeft in het boek De weg van de groep. Hij vat de termen missionair, evangelisatie en zending onder één definitie, namelijk: “een wezenlijke functie van het kerk-zijn, die voortkomt uit een zich geroepen  weten getuige van Christus te zijn in woord en daad”. Verboom maakt al meteen duidelijk dat het gaat om een wezenskenmerk van de kerk, waarmee hij mijn stelling onderschrijft.

Tenslotte het Bijbelse denkraam van missionair zijn. Dit verwijst namelijk naar een missie, de missie die Jezus aan het einde van zijn leven op aarde aan de discipelen meegaf, in Matteüs 28:19-20

Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, 20 en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’

 

Deze tekst, ook wel de Grote Opdracht genoemd, maakt dat we als volgelingen van Jezus in de huidige tijd ons ook met de missie bezig willen houden.

Tot zover de bespreking van het begrip missionair. Misschien is de bespreking wat beperkt, reacties en aanvullingen lees ik graag.

 

Gemeente

Het is een wat vreemde gedachte om in een kort artikel als dit ‘even’ uit de doeken te doen wat de definitie is van een gemeente, terwijl er een wetenschappelijk gebied (ecclesiologie) is wat zich hier mee bezighoudt. In alle bescheidenheid dus, een kleine aanzet om tot een definitie te komen van wat ‘gemeente’ is. En met gemeente heb ik het dan over de kerkelijke gemeente, ofwel de gemeente van Jezus Christus. Deze is wat omvang betreft in te kader van universeel tot een plaatselijke kerk van een bepaalde denominatie (zoals de GKv Zwolle-Zuid). Deze afkadering laat ik voor wat het is. De gemeente is de gemeente, universeel of plaatselijk, ongeacht de denominatie.

Erickson (Christian Theology) beschrijft hoe de term kerk terug te voeren is op het Griekse woord kuriakos wat “belonging tot the Lord” betekent. Dit moet wel worden gezien in het licht van een ander woord, wat minder vaak terug komt in de Bijbel, namelijk ekklesia. Dit woord wijst naar een verzameling van mensen die met een bepaalde regelmaat samenkomt in een bepaalde plaats. Een andere betekenis is simpelweg ‘verzameling’ of ‘vergadering’ van mensen. In het gebruiken van de term ekklesia door de verschillende schrijvers van de Bijbel, richten zij zich steeds tot een bepaalde groep gelovigen, zoals de kerk van Galatië, de kerk van Jeruzalem of de kerk die samenkomt in iemands huis (Rom. 16:5). In welke omvang het dus is, de kerk wordt in de Bijbel steeds gezien als een verzameling van gelovigen. Daarmee is de kerk ook te definiëren als een verzameling van volgelingen of discipelen van Jezus.

 

Functie van de kerk

De laatste opdrachten die Jezus aan zijn discipelen gaf staan in Matteüs 28:19-20 en Handelingen 1:8. Beide opdrachten zijn een bevel, waarmee Jezus zijn discipelen na zijn hemelvaart een doel meegeeft voor hun leven. De opdracht die hij hen geeft is existentieel, hij geeft een reden tot leven aan. Gehoor geven aan de opdracht van Jezus is geen keuzemogelijkheid voor mensen die zich hebben overgegeven aan hem en Jezus als hun heer en meester zien.

In Jezus’ opdracht aan zijn discipelen laat hij zien dat er geen geografisch grens is aan deze opdracht. Het feit dat de opdracht geldt tot aan de uiteinden van de aarde, maakt het een gedeelde verantwoordelijkheid van alle volgelingen van Jezus in deze wereld. Het lukt ons nooit om als plaatselijke gemeente om alle mensen te bereiken. We mogen het samen doen, als universele kerk.

En, het meest belangrijke: we mogen het samen doen met Jezus: “Ik zal met jullie zijn”.

 

Conclusie

In een korte overdenking heb ik zo de definities van missionair en kerk/gemeente uitgewerkt en kom ik tot een eerste conclusie. Als de kerk een verzameling van volgelingen van Jezus is, kan het niet anders dan dat de kerk zichzelf schaart onder de opdracht die Jezus zijn discipelen meegaf vlak voor zijn hemelvaart. Een existentieel kenmerk van de kerk is dat zij, zonder geografische beperking, iedereen leerling maakt van Jezus.

Kortom, met recht mag ik bij deze een uitspraak doen in de kwestie. Missionair gemeente-zijn is een pleonasme. Vanaf dit moment (totdat mijn uitspraak is weerlegt) zal ik niet meer spreken van missionair gemeente-zijn. Het is namelijk net zo’n vreemde uitspraak als ‘witte sneeuw’.

 

 

Wil je reageren, aanvullen of feedback leveren? Denk mee, schrijf mee in de reacties hieronder.

 

Emile Brunner: The church exists by mission as a fire exists by burning.

  1. Rijk Griffioen

    Zending & Evangelisatie: een pure tautologie dus.

  2. Jean Schoonbroodt

    Jezus Christus en Zijn Lichaam, de wereldwijde gemeente, zijn één en een levende en bruisende en automatische getuigende en leven verspreidende eenheid door Hem… en via de macht en de krachten en werkingen en uitingen en genadegaven en bedieningen van de heilige Geest een mensenleven veranderende eenheid tot heil van velen. Amen
    Ieder getuige van Jezus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *