Contact maken in de kring

Tijdens één van de onze overleggen in wat wij noemen ‘werkgroep huiskringen’ stonden we stil bij diepgang en groei in de huiskringen in onze gemeente.

 

Context

Bijna drie jaar geleden is het middel huiskring in onze gemeente gestart. Ieder gemeentelid maakt deel uit van een huiskring, op geografische basis. Een huiskring bestaat in de ideale samenstelling uit 7 tot 12 volwassenen die elkaar regelmatig ontmoeten als kring. Het idee hierachter valt uiteen in drie delen:

Vanuit Gods liefde

  1. Meeleven met elkaar
  2. Elkaar opbouwen in het leven met God
  3. Bewogenheid ontwikkelen met mensen buiten

 

Na bijna drie jaar constateren we groei in de gemeente. Groei in betrokkenheid bij elkaar, groei in participatie binnen de kring en er zijn een paar mooie voorbeelden te vertellen. Zo sprak ik enkele gemeenteleden die zelden in de kerkdiensten komen, maar die wel betrokken zijn in de huiskring. Ook weet ik van gemeenteleden van wie man of vrouw geen lid is van onze gemeente, maar volwaardig lid is van de huiskring.

Daarnaast zijn er huiskringen waar prachtige gesprekken plaatsvinden, waar verlangen is om samen te groeien, waar manieren worden gezocht om ook buiten kringbijeenkomsten betrokken te zijn op elkaar en waar mensen elkaar tot een hand en voet zijn. Deze voorbeelden maken mij dankbaar, geven mij een reden om te vieren wat er gebeurt in Gods gemeente.

Tegelijk zijn er veel kringen waar zorgen over zijn. Zorgen omdat “het niet van de grond komt”. Daar wordt vaak mee bedoeld dat huiskring-zijn beperkt blijft tot gezelligheid of iedere zes weken een goede Bijbelstudie doen. Andere zorgen gaan over gebrek aan diepgang, openheid of kwetsbaarheid. Daarom de volgende vraag:

“Wat maakt dat we het zo lastig vinden om echt contact te maken in de kring?”

Tijd

Tijd is ongetwijfeld een belangrijke factor. Ik herken en erken deze factor ook in mijn eigen huiskring. De kring komt bij elkaar op momenten dat ik vaak aan het werk ben. Ik kan dus slechts af en toe bijeenkomsten bijwonen.

Veel gemeenteleden noemen deze factor als reden waarom ze niet meedoen in de kring. Niet meedoen betekent vaak dat ze niet naar de kringbijeenkomsten gaan. Aangezien een huiskring zich niet beperkt tot de momenten dat de kring samenkomt, kunnen zij eventueel manieren zoeken om toch betrokken te zijn bij anderen in de kring. Daarvoor zijn vele manieren te bedenken. @PieterKleingeld noemt in dit artikel enkele voorbeelden.

Zoals we al zo vaak constateren wanneer tijdsgebrek een factor is in het leven van mensen, gaat dit argument om iets wel of niet te doen vaak over prioriteit en het maken van keuzes. Mensen kiezen er voor om andere dingen te doen en hun leven vol te bouwen met van alles en nog wat. En kiezen er voor om betrokkenheid bij hun huiskring te beperken tot de eventuele gaten die nog vallen in hun toch al drukke schema.

Verlangen

Het idee achter huiskringen mag dan heel mooi en christelijk klinken, maar is dat wel wat ik wil? Zou het niet zo zijn dat veel mensen er helemaal niet naar verlangen om anderen op te bouwen in het leven met God of geen energie willen steken in hun eigen geloofsgroei door anderen?

Gedeeld verlangen maakt dat een groep mensen elkaar naar grote hoogten stuwt. Het geheel is meer dan de som der delen. Maar wanneer het verlangen ontbreekt om er voor elkaar te zijn, hoe kun je dan ooit Gods liefde met elkaar delen?

Angst

Wanneer mensen bij elkaar komen gaan daar allerlei groepsprocessen spelen. Ik voel dat bij mezelf ook iedere keer weer: mag ik hier zijn wie ik ben? Kan ik hier zeggen wat ik denk of wat ik voel? Communicatie in een groep kan de ervaring van openheid en ruimte in een groep maken of breken.

Daarbij komen allerlei ervaringen uit het verleden. Ervaringen die ons hebben verteld dat het niet goed is om jezelf kwetsbaar op te stellen, dan lopen mensen over je heen. Of ervaringen waarin vertrouwelijkheid volledig werd geschaad. Door deze ervaringen bouwen we mechanismen in die ons behoeden voor open zijn of kwetsbaar opstellen.

Deze factor kun je ook aanduiden met het woord ‘veiligheid’.

Onvermogen

De vierde factor die ik wil noemen is onvermogen. Niet ieder mens heeft de capaciteit om zich kwetsbaar op te stellen, of om contact te maken met anderen. Ook niet iedereen heeft de ‘voelsprieten’ om op zo’n wijze te communiceren dat er ruimte blijft voor anderen.

In sommige kringen maken mensen het gesprek totaal onveilig door met hele stellige uitspraken te komen waar niemand meer de ruimte ervaart om iets anders te vinden. Ik moet zelf denken aan uitspraken als: “daar heb ik niks mee hoor” of “ongelooflijk dat sommige mensen dit of dat denken”.

 

Vier factoren die maken dat het moeilijk is om echt contact te maken in de huiskring, summier beschreven. Zijn er nog meer te noemen?

Hieronder staat een kort gesprek op twitter.

 

Dit gesprek geeft heel kort aan in welke richting we het antwoord op de hierboven gestelde vraag moeten zoeken. Je kunt je misschien wel een ervaring voor de geest halen waarop je op een hele bijzondere wijze een mooi contact had met een mede-christen. Op de camping waar je opeens de prachtigste gesprekken hebt met mensen die je nooit eerder hebt gezien. In een witte tent in Luxemburg waar je na een kerkdienst je leven deelt. Een ontmoeting ver van huis van hart tot hart. Hoe is het toch mogelijk dat we op sommige momenten onszelf volledig openstellen voor een ander, echt contact maken met mensen die we nauwelijks kennen, maar dat we in onze eigen huiskring, met mensen uit onze eigen gemeente zo moeilijk tot echt contact komen? Hebben we dan niet dezelfde basis, in het geloof in Jezus Christus? Is dat niet voldoende om tot een diepgaand gesprek te komen? Is Hij niet voor ieder van ons de Verlosser? Dat is toch voldoende om uren met elkaar over te spreken van hart tot hart, de verwondering dat hij ook ons heeft uitgekozen en voor ons stierf!

Is het zo dat we deze basis zijn kwijtgeraakt of onbesproken laten, waardoor diepgang en echt contact als gemeenteleden onderling niet tot stand komt? Overwint Christus daarom niet ons onvermogen en onze angst?

Ik zoek…

  1. Catharinus Doornbos

    “Hoe is het toch mogelijk dat we op sommige momenten onszelf volledig openstellen voor een ander, echt contact maken met mensen die we nauwelijks kennen, maar dat we in onze eigen huiskring, met mensen uit onze eigen gemeente zo moeilijk tot echt contact komen?”

    Wellicht speelt mee, dat we bij ‘spontane’ ontmoetingen, of moeten we zeggen ‘van Boven geregisseerde’ ontmoetingen, geen enkele ballast meedragen. De ander is voor ons een nog onbeschreven blad en vice versa en iemand die we niet elke dag in de buurt tegen komen. We vinden elkaar op de inhoud en leren elkaar van daar uit kennen.
    In de gemeente zou het ook zo moeten zijn, maar de praktijk is dat we elkaar vaak al langer kennen, een beeld of mening hebben van of over de ander en veronderstellen dat het omgekeerd ook het geval is. We staan niet als onbeschreven blad tegen over elkaar en zullen de ander bovendien vaker tegen het lijf lopen. Wat zal die ander doen met die ’kennis’ over mij? Is mijn ‘geheim’ veilig bij de ander?
    Tijdens bijvoorbeeld een vakantieontmoeting speelt dat veel minder. Die ander komen we immers toch niet weer tegen waarschijnlijk?
    Wellicht helpt het om in de gemeente of huiskring elkaar eens te benaderen alsof we op vakantie zijn en de ander een onbeschreven blad voor ons is. Vrij van (voor-)oordelen en angsten. Met een open blik naar elkaar kijken. Daarin volgen we dan wat Christus doet: niet achteruit kijken, maar vooruit. Hij wast ons telkens weer schoon in Zijn bloed. Ondanks ons verleden kijkt Hij naar ons als onbeschreven blad en Zijn geliefd kind!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *